Een aanstaande mama heeft recht op een aantal weken verlof, zowel vóór als na de bevalling. Ook de partner heeft recht op enkele dagen verlof. In geval van een premature geboorte, kunnen er uitzonderingen worden gemaakt.
Verlofstelsels
Scroll verder naar beneden
Verlofstelsels
Het zwangerschapsverlof (of prenataal verlof) voor werkneemsters bedraagt 6 weken waarvan 1 verplichte week vóór de bevalling. Het bevallingsverlof (of postnataal verlof) omvat 9 verplichte weken. Dit komt in totaal op 15 weken moederschapsrust. Bij een meerling bedraagt dit 19 weken moederschapsrust (8 weken prenataal verlof, 11 weken postnataal verlof) in totaal.
Bij een vroegtijdige bevalling vervalt de verplichte week prenataal verlof. De resterende 5 weken prenataal verlof kunnen dan na de bevalling worden opgenomen. Indien de baby meer dan 7 dagen na de geboorte in het ziekenhuis moet blijven, dan kan het bevallingsverlof verlengd worden met de duur gelijk aan de opnamedagen van het kind, zonder de eerste 7 dagen. Deze verlenging kan tot maximum 24 weken.
Meer weten? Klik hier
De moederschapsrust voor zelfstandigen bedraagt 12 weken in totaal. Hiervan zijn 3 weken verplicht, namelijk 1 week vóór en 2 weken na de bevalling. De overige 9 weken kunnen worden opgenomen naar keuze. Bij een meerling duurt de moederschapsrust 13 weken.
Ook voor zelfstandigen bestaat de mogelijkheid om de moederschapsrust te verlengen indien het kind minstens nog één week in het ziekenhuis moet blijven. Hierbij kan de moederschapsrust verlengen worden met de duur gelijk aan het aantal volledige weken van ononderbroken ziekenhuisopname van het kind, na deze eerste 7 dagen.
Meer weten? Klik hier
Een vader of meeouder heeft als werknemer recht op 20 dagen vaderschaps- of geboorteverlof. Dit verlof moet opgenomen worden binnen de 4 maanden na de bevalling. Er is helaas geen verlenging van het vaderschaps- of geboorteverlof mogelijk bij vroeggeboorte of langdurige opname van de baby in het ziekenhuis.
Het vaderschaps- of geboorteverlof moet aangevraagd worden bij het ziekenfonds.
Meer weten? Klik hier
Bekijk hier de campagne van UCLL hogeschool omtrent vaderschaps- of geboorteverlof.
Een zelfstandige vader of meeouder kan 20 dagen vaderschaps- of geboorteverlof opnemen. Tijdens deze periode wordt een uitkering toegekend, die aangevraagd dient te worden bij het sociaal verzekeringsfonds. Er is helaas geen verlenging van het vaderschaps- of geboorteverlof mogelijk bij vroeggeboorte of langdurige opname van de baby in het ziekenhuis.
Het vaderschaps- of geboorteverlof moet aangevraagd worden bij het socialeverzekeringsfonds.
Meer weten? Klik hier
Bekijk hier de campagne van UCLL hogeschool omtrent vaderschaps- of geboorteverlof.
De aanvraag voor moederschapsrust kan worden ingediend via het formulier ‘Getuigschrift van arbeidsongeschiktheid’, beschikbaar op de website van het ziekenfonds. Daarnaast kan ook het attest ‘Aanvraag tot moederschapsrust’ uit het zwangerschapsboekje worden gebruikt. Dit attest dient ingevuld te worden door een arts of vroedvrouw. Het document moet uiterlijk twee dagen na de start van de moederschapsrust bezorgd worden aan de adviserend arts van het ziekenfonds. De uitbetaling van de moederschapsuitkering gebeurt via het ziekenfonds.
Na het bevallingsverlof (of postnataal verlof) kan er ook nog verlof worden opgenomen om borstvoeding te geven. Dit verlof is onbetaald. De duur van dit verlof moet worden afgesproken met de werkgever. Dit noemt men individueel borstvoedingsverlof.
Indien tijdens de werkuitvoering blootstelling plaatsvindt aan stoffen of omstandigheden die gezondheidsrisico’s inhouden, kan preventief (profylactisch) borstvoedingsverlof worden opgenomen. Afhankelijk van de situatie kan aangepast werk worden voorzien of kan het verlof worden toegekend, met een maximumduur van vijf maanden na de bevalling.