Zwangerschap en geboorte

Een zwangerschap verloopt doorgaans normaal en duurt gemiddeld 40 weken of 9 maanden. Soms doen er zich problemen voor en komt een baby eerder dan gepland.

Meer weten?
Scroll verder naar beneden
Shutterstock 1274180128
Shutterstock 1712546506
Shutterstock 232146994

Bepaalde leefstijlaanpassingen en preventieve maatregelen kunnen het risico op een vroeggeboorte en andere complicaties tijdens de zwangerschap en voor de baby verkleinen. Toch kunnen er, zelfs bij het maken van alle juiste keuzes, onverwachte gebeurtenissen optreden waardoor de baby te vroeg geboren wordt.

Risicofactoren

Waarom een baby te vroeg geboren wordt, is niet altijd duidelijk. Medische of sociale factoren spelen een rol. Sommige van deze risicofactoren zijn beïnvloedbaar, andere niet.
Shutterstock 1137666218 jpg 2
Medische factoren

Verschillende medische factoren kunnen het risico op vroeggeboorte verhogen. Zo spelen reeds bestaande aandoeningen zoals suikerziekte (diabetes), obesitas, nierziekten en een hoge bloeddruk een rol. Ook bepaalde genetische factoren en zwangerschaps-specifieke factoren zoals meerlingenzwangerschappen en zwangerschappen verwekt via vruchtbaarheidsbehandelingen (zoals IVF en ICSI) kunnen het risico op vroeggeboorte verhogen. Zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie), afwijkingen aan de baarmoederhals, complicaties met de moederkoek (placenta) en infecties kunnen eveneens een vroeggeboorte met zich meebrengen. Ook de persoonlijke voorgeschiedenis is belangrijk: wie eerder te vroeg bevallen is, loopt immers een sterk verhoogd risico om in de volgende zwangerschap opnieuw te vroeg te bevallen. Daarnaast verhoogt een korte tijd tussen twee zwangerschappen (< 12 maanden) eveneens het risico. Deze factoren onderstrepen het belang van een goede medische opvolging en vroegtijdige herkenning van risico’s.

Shutterstock 627551351 jpg2
Leefstijl

Een gezonde leefstijl speelt een belangrijke rol in het verloop van een zwangerschap. Factoren zoals ongezond eten, slechte tandhygiëne, te weinig beweging, alcoholgebruik, roken, druggebruik en stress kunnen het lichaam uit balans brengen en de ontwikkeling van de baby beïnvloeden.

Shutterstock 1940935138 S
Sociale en demografische factoren

Ook verschillende sociale en demografische factoren kunnen het risico op vroeggeboorte verhogen. Leeftijd speelt een rol: een zwangerschap onder de 17 jaar of boven de 35 jaar brengt een verhoogde kans op vroeggeboorte met zich mee. Socio-culturele factoren zijn eveneens van invloed, waarbij bepaalde groepen (zoals vrouwen van Afrikaanse afkomst) vaker te maken krijgen met een vroeggeboorte. Andere factoren zoals een beperkt inkomen, lage scholingsgraad en beperkte toegang tot zorg, worden geassocieerd met een verhoogd risico op vroeggeboorte.

Born to live
Presentatie van vroeggeboorte

Vroegtijdige weeën of preterme arbeid

Preterme arbeid betekent dat er weeën ontstaan vóór 37 weken zwangerschap. Dit verhoogt het risico op vroeggeboorte en vraagt om snelle herkenning. Tekenen die hierop kunnen wijzen zijn vroegtijdige weeën (contracties) die niet verdwijnen bij rust of gepaard gaan met vaginaal bloedverlies. Ook toenemende lage rugpijn, een gevoel van druk op het bekken en een harde buik door samentrekkingen van de baarmoeder zijn alarmsignalen. Het ervaren van deze signalen betekent niet altijd dat de bevalling onmiddellijk zal plaatsvinden. Vroege herkenning en behandeling kunnen de kans op vroeggeboorte verkleinen. Neem daarom bij één of meerdere van deze signalen altijd contact op met een zorgverlener.

Shutterstock 2060906324

Vroegtijdig gebroken vliezen (PPROM)

Het vroegtijdig breken van de vliezen (PPROM) verhoogt het risico op infectie en vroeggeboorte. Een plotselinge golf van vruchtwater of aanhoudend vochtverlies kunnen hierop wijzen. Bij vermoeden van PPROM is het belangrijk onmiddellijk contact op te nemen met een zorgverlener, omdat snelle medische opvolging cruciaal is voor de gezondheid van mama en baby.

Shutterstock 3224706

Moederkoek- of andere problemen

Zwangerschapsvergiftiging of pre-eclampsie is een probleem van de moederkoek (placenta) dat tot uiting komt via een hoge bloeddruk, zwelling van voeten, benen of polsen en eiwit in de urine (vastgesteld door een zorgverlener). Deze aandoening kan leiden tot het HELLP-syndroom, waarbij klachten zoals pijn in het rechterbovenste deel van de buik, misselijkheid, braken, een gevoel van extreem onwel zijn, angst, paniek en soms gele verkleuring van de huid of jeuk optreden. Eclampsie (stuipen ten gevolge van een uitermate hoge bloeddruk) is een andere ernstige complicatie, vaak voorafgegaan door aanhoudende hoofdpijn, oorsuizen, visuele stoornissen en misselijkheid.

Ook andere problemen zoals een voorliggende placenta, een placentaloslating, galstuwing (zwangerschapscholestase), vroegtijdige ontsluiting van de baarmoederhals, enz. kunnen leiden tot vroeggeboorte.


Bij elk van deze signalen is snelle medische opvolging essentieel. Soms is een opname op de afdeling maternale intensieve zorg (MIC) nodig om de best mogelijke zorg te bieden.

Shutterstock 557601250

Preventie

De kans op vroeggeboorte verkleinen, kan op verschillende manieren. Primaire preventie richt zich op alle vrouwen vóór of tijdens de zwangerschap om vroeggeboorte te voorkomen en het risico te verminderen. Dit omvat algemene gezondheidsbevordering zoals stoppen met roken, gezonde voeding en goede tandhygiëne. 

Secundaire preventie is bedoeld voor vrouwen met een verhoogd risico op vroeggeboorte, bijvoorbeeld door een eerdere vroeggeboorte of risicofactoren in de huidige zwangerschap. Interventies zijn gericht op het vroegtijdig opsporen en behandelen van problemen om spontane vroegtijdige weeën in een vroeg stadium te stoppen. 

Tertiaire preventie is van toepassing zodra symptomen zoals vroegtijdige weeën of gebroken vliezen (PPROM) optreden. Het doel is om de kans op ziekte, complicaties en overlijden bij de baby te verkleinen.

Meer weten? Klik hier

Christian bowen I0 It Pt Is VEE unsplash
Bevalling en neonatale opname

Soms is een vroeggeboorte niet (meer) te vermijden. Een vroeggeboorte verloopt anders dan een geboorte na een voldragen zwangerschap. De keuze voor een vaginale bevalling of een keizersnede hangt af van de medische situatie. De zorgverleners nemen samen met de ouders de beslissing wat het beste is voor mama en baby(‘s).

Bij een vroeggeboorte zijn er vaak verschillende zorgverleners aanwezig: gynaecologen, algemene kinderartsen of neonatologen, verpleegkundigen, vroedvrouwen, dokter assistenten in opleiding, … De aanwezigheid is noodzakelijk om de best mogelijke zorg te bieden, maar kan voor ouders overweldigend aanvoelen.

Na de geboorte kan het nodig zijn dat de baby onmiddellijk medische ondersteuning krijgt. Een gespecialiseerd team voert deze eerste zorgen uit. Wanneer de situatie het toelaat, wordt geprobeerd om een eerste contact tussen ouders en baby mogelijk te maken. Als de baby stabiel is, kan huid-op-huidcontact plaatsvinden met één van de ouders. Wanneer de baby huid-op-huid ligt bij mama, stimuleert dit de melkproductie.

I Stock 1350024322




Omwille van de vroeggeboorte, een laag geboortegewicht (< 2500 gram) of andere problemen bij de baby kan een doorverwijzing naar een neonatale afdeling (N*) of een afdeling neonatale intensieve zorg (NIC) noodzakelijk zijn. De transfer naar NIC gebeurt onder begeleiding van een gespecialiseerd team. Na aankomst wordt de baby geïnstalleerd en worden de verdere medische zorgen opgestart. 

Indien men verwacht dat er een vroeggeboorte zit aan te komen, en er nog voldoende tijd is, wordt de mama (afhankelijk van de bereikte zwangerschapsduur) voor de bevalling bij voorkeur overgebracht naar een ziekenhuis met een afdeling maternale intensieve zorg (MIC) én een afdeling neonatale intensieve zorg (NIC). Het transport van de zwangere mama (intra-uterien transport) is veiliger voor de baby dan een transport na de geboorte (postnataal transport) wat men zoveel mogelijk probeert te vermijden.