De kans op vroeggeboorte verkleinen, kan op verschillende manieren: primaire preventie, secundaire preventie of tertiaire preventie.
Preventie
Primaire preventie richt zich op de algemene gezondheid en een gezonde leefstijl voor en tijdens de zwangerschap om zo het risico op problemen zoals vroeggeboorte te verkleinen. Een gezonde leefstijl betekent:
- evenwichtige voeding met veel groenten en fruit (goed gewassen), volkorenproducten zoals bruine rijst en brood, en eiwitbronnen zoals vis, zuivel of vlees
- voldoende water drinken (1,5 liter per dag)
- vermijden van suikerhoudende dranken, snacks met veel suiker of vet en rauwe dierlijke producten
- regelmatig bewegen: kies activiteiten die comfortabel en veilig aanvoelen, vermijd contactsporten of sporten met risico op vallen of plotselinge bewegingen; naarmate de zwangerschap vordert, zijn rustige oefeningen zoals zwemmen en yoga ideaal
- niet roken (ook niet door de partner of andere persoon = passief roken)
- geen alcohol of drugs gebruiken
- goed zorg dragen voor jezelf door momenten van ontspanning in te bouwen: technieken zoals ademhalingsoefeningen, het nemen van een warm bad of douche, rustig wandelen in de natuur, enz. kunnen helpen om meer rust te ervaren
Hoewel leefstijlveranderingen belangrijk zijn voor een goed verloop van de zwangerschap, kunnen ze niet altijd voorkomen dat een baby te vroeg geboren wordt.
Secundaire preventie
Secundaire preventie bij vroeggeboorte richt zich op vrouwen die reeds een verhoogd risico hebben op basis van hun voorgeschiedenis. De focus ligt op het vroegtijdig opsporen en behandelen van risicofactoren tijdens de huidige zwangerschap. Progesteron kan voorgeschreven worden indien men al eerder te vroeg bevallen is of wanneer de lengte van de baarmoederhals verkort is (gemeten via vaginale echo). In bepaalde gevallen kan een cerclage worden overwogen: hierbij wordt een bandje rondom de baarmoederhals geplaatst om vroeggeboorte uit te stellen. Deze ingreep is niet altijd mogelijk en de beslissing ligt bij het medisch team.
Daarnaast is het belangrijk om vroeg in de zwangerschap een eventuele blaasontsteking (ook zonder klachten) op te sporen. Als er bacteriën in de urine worden gevonden, kan tijdig gestart worden met antibiotica om complicaties voor mama en baby te voorkomen. Bij vrouwen met een verhoogd risico op vroeggeboorte kan het gebruik van aspirine het risico op zwangerschapscomplicaties zoals pre-eclampsie verlagen.
Tertiaire preventie
Wanneer er sprake is van vroegtijdige weeën of gebroken vliezen, ligt de focus op het optimaliseren van de zorg voor de baby. Het primaire doel van weeënremmers (tocolyse) is om voldoende tijd te creëren om corticosteroïden toe te dienen en optimaal te laten inwerken voor de longrijping van de baby. Daarnaast biedt tocolyse de mogelijkheid om de mama over te brengen naar een gespecialiseerd centrum (intra uterien transport). Als de vliezen gebroken zijn (PPROM), kunnen antibiotica nodig zijn om infecties te voorkomen. Bij een nakende geboorte vóór 32 weken is magnesiumsulfaat (MgSO₄) aangewezen ter bescherming van de hersenen van de baby.
Bij pre‑eclampsie wordt een symptomatische behandeling opgestart, gericht op het verlagen van de bloeddruk, het voorkomen van eclampsie (met magnesiumsulfaat) en het nauwgezet opvolgen van zowel mama als baby.
Bij andere problemen, zoals een voorliggende placenta, placentaloslating, galstuwing (zwangerschapscholestase), of andere complicaties bij de mama, wordt de oorzaak specifiek aangepakt, met als doel de risico’s voor mama en baby te beperken en het tijdstip van de geboorte zo veilig mogelijk te bepalen.